1 Tessalonicenzen

Auteur: Paulus
Ontvanger: Gemeente te Tessalonica
Jaar: 51 AD
Bijbelboek: 1 Tess

Een van Paulus' vroegste brieven: bemoediging van een vervolgde gemeente, lering over de wederkomst van Christus en de opstanding der ontslapen gelovigen.

Onderwerpen

1. Dankbaarheid voor het geloof en de navolging van de gemeente

Paulus dankt God voor het geloof, de liefde en de hoop van de gemeente; hun voorbeeld heeft weerklonken in heel Macedonië.

1 Tess 1:1
1Paulus, en Silvanus, en Timotheus, aan de Gemeente der Thessalonicensen, welke is in God den Vader, en den Heere Jezus Christus: genade zij u en vrede van God, onzen Vader, en den Heere Jezus Christus.
1 Tess 1:10
10En Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Denwelken Hij uit de doden verwekt heeft, namelijk Jezus, Die ons verlost van den toekomenden toorn.

2. Paulus' omgang met de gemeente herdacht

Paulus verdedigt zijn optreden: niet vleierij of hebzucht, maar moederlijke tederheid en vaderlijke vermaning.

1 Tess 2:1
1Want gij weet zelven, broeders, onzen ingang tot u, dat die niet ijdel is geweest;
1 Tess 3:13
13Opdat Hij uw harten versterke, om onberispelijk te zijn in heiligmaking, voor onzen God en Vader, in de toekomst van onzen Heere Jezus Christus met al Zijn heiligen.

3. Heiligheid en broederliefde

Oproep tot seksuele heiligheid, broederliefde en rustig leven.

1 Tess 4:1
1Voorts dan, broeders, wij bidden en vermanen u in den Heere Jezus, gelijk gij van ons ontvangen hebt, hoe gij moet wandelen en Gode behagen, dat gij daarin meer overvloedig wordt.
1 Tess 4:12
12Opdat gij eerlijk wandelt bij degenen, die buiten zijn, en geen ding van node hebt.

4. De wederkomst en de opstanding der ontslapenen

De ontslapen gelovigen zullen eerst opstaan bij de komst van de Heere; dan zullen wij altijd bij de Heere zijn.

1 Tess 4:13
13Doch, broeders, ik wil niet, dat gij onwetende zijt van degenen, die ontslapen zijn, opdat gij niet bedroefd zijt, gelijk als de anderen, die geen hoop hebben.
1 Tess 5:28
28De genade van onzen Heere Jezus Christus zij met ulieden. Amen.